| Als de
dokter het niet meer weet... door Frank Franzen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In het systeem van de Nederlandse gezondheidszorg geldt de dokter als de persoon tot wie u zich als eerste wendt bij ziekte. Hij heeft een zogenaamde poortwachters-funktie en hij bepaalt of u ziek bent of niet. U bepaalt dat dus niet zelf, maar hij doet dat. U mag natuurlijk wel vinden dat u ziek bent, maar hij is het die bepaalt of er werkelijk wat aan de hand is of niet. U mag dus ook niet zelf beslissen over welk traject u wilt volgen om beter te worden, als u ten minste gebruik wilt maken van uw verzekering. U mag niet zelf naar de fysiotherapeut gaan. Ik heb dat onlangs nog meegemaakt. Ik belde rechtstreeks met de fysiotherapeut voor een afspraak en hij weigerde mij zolang ik geen verwijzing had. Toen de dokter mij had onderzocht en mij de verwijzing had gegeven en de fysiotherapeut mij had onderzocht en de aanbevelingen van de dokter las, gaf hij te kennen dat wat die dokter voor schreef voor geen meter zou helpen en begon vervolgens naar eigen inzicht aan z’n behandeling. En dat was dus de behandeling waar ik zelf al om verzocht had en wel op aanraden van een aura-healer. Toen ik de fysiotherapeut om uitleg vroeg naar deze gang van zaken legde hij uit dat als hij zonder verwijzing met de behandeling was begonnen, ik mijn behandeling niet vergoed zou krijgen bij mijn verzekering en als er complicaties zouden optreden, hij (zonder verwijzing van de dokter) niet gedekt was bij zijn eigen verzekering als ik hem aansprakelijk zou stellen.
In Nederland is de overheid (namens ons) bezig met het spel van wie is er verantwoordelijk en wie betaalt de rekening. En men heeft besloten dat de dokter verantwoordelijk is en dat de verzekeringsmaatschappijen de rekeningen moeten betalen. Verzekeringsmaatschappijen betalen niet graag en zeker niet voor foute behandelingen, niet voor onnodige behandelingen, niet voor behandelingen die langer duren dan andere behandelingen en niet voor behandelingen waarvan het succes twijfelachtig is. En dus eist men dat de dokter (specialist, psychiater) verantwoording aflegt voor zijn of haar keuze omtrent de behandeling. Hij dient zich daarbij te houden aan wat er in de vakliteratuur bekend is, aan datgene wat gemeengoed is bij zijn collega’s. Allemaal heel begrijpelijk! Maar wat te doen als uw kwaal niet over gaat en de bekende technieken bij u geen resultaat boeken?
Mocht hij op een nieuwe behandeling uit Amerika stuiten, die in Nederland nog niet bekend is, dan wordt dat niet vergoed. Zou hij die dan toch voorschrijven, (mn. omdat de patiënt akkoord gaat om het zelf te betalen) en er zou iets mis gaan, dan wordt hij aan de hoogste boom opgehangen en de morele verontwaardiging zou geen grenzen kennen. Ook als hij op grond van zijn kennis van uw persoonlijke situatie zou besluiten tot een behandeling naar eigen inzicht, begeeft hij zich op glad ijs.
Kortom, de prioriteit van de arts ligt niet bij uw genezing, maar bij de noodzaak om zich in te dekken tegen aansprakelijkheid. Ik hoop dat u begrijpt dat hiermee uw arts gedwongen wordt zich te beperken tot de gebaande paden en vooral niet creatief te worden of zelf na te denken en te onderzoeken of iets uit te proberen. Het is dan ook niet leuk meer om arts te zijn. Het burn-out percentage onder artsen ligt ondertussen schrikbarend hoog. De verzekeringspremie voor artsen tegen ziekte en uitval is dan ook gestegen tot ongeveer € 13.600,= per jaar. Het percentage ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid in de Gezondheid- en Welzijnszorg lag in 1999 op 7,8 %, terwijl het gemiddelde voor Nederland in dat jaar op 5,4 % lag. Blijkbaar heeft het hebben van de alle medische kennis omtrent welzijn en gezondheid en de onmiddellijke beschikbaarheid van de modernste en best onderzochte medicijnen geen enkele preventieve werking.
Dat weerhoudt de Nederlander er overigens niet van uitgebreid de medicijnkast te gebruiken. Uit cijfers van het CBS blijkt dat maar liefst 33,5 % van de bevolking medicijnen gebruikt. Uit datzelfde CBS-rapport dook ik ook het volgende cijfer op: 40, 3 % van de bevolking had op het meetmoment in 1998/1999 een langdurige aandoening (dwz, een aandoening die 3 maanden of langer duurt) En daarbij is de psychische problematiek nog niet meegeteld. In onderstaande tabel vindt u de lijst met aandoeningen en het percentage van de totale bevolking dat last heeft van die langdurige aandoening, met daarachter de uitsplitsing per leeftijdsgroep. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
NB: Ik heb geen cijfers kunnen vinden die een beeld zouden kunnen geven hoe deze langdurige aandoeningen verdeeld zijn over de bevolking door de tijd heen. Het zou me niet verbazen als daaruit zou blijken dat het vaak dezelfde mensen zijn die steeds terugkerende problemen hebben. Uit mijn familie ken ik namelijk heel veel mensen die gedurende de grootste periode van hun leven geen enkele langdurige kwaal hadden. Dat betekent dus dat er andere mensen zijn bij wie de problemen steeds terugkomen (denk maar aan terugkerende hart-problemen, kanker, reuma, rugklachten ed.). En dat betekent weer dat al dat medische handelen dat aan hen verricht is geen blijvende oplossing heeft geboden, doch slechts een tijdelijke. De psychologische problematiekIn tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de psychologische problematiek (bron: Trimbos-instituut)
De aantallen zijn gerelateerd aan de volwassen bevolking van 18 t/m 64 jaar en dat zijn er ongeveer 10 miljoen.
Wat in tabel 1 niet te zien is, maar wel in tabel 2 is dat niet iedereen die een probleem ervaart in behandeling bij een arts/psychiater gaat. Daar zijn een aantal redenen voor. 1) men heeft nog niet voldoende last van het probleem, ofwel het probleem wordt nog niet als probleem ervaren, ook eigenwijsheid en/of het zelf willen doen speelt hier een rol 2) het probleem wordt wel als een probleem ervaren, maar men durft de verandering niet aan (we kunnen hierbij denken aan: ander werk moeten gaan zoeken, of gaan scheiden, of onder ogen moet zien dat je iets niet kunt e.d.) 3) secundaire ziektewinst, zoals aandacht krijgen, geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen, een uitkering krijgen en niet te hoeven werken voor je geld 4) ongeloof in het medisch kunnen 5) men heeft wel al eerder aangeklopt bij de medici, maar dat hielp niet, de dokter wist het niet meer.....
Uit balans zijnVoordat we ziek worden, is er een periode dat we uit balans zijn. Er is dan fysiek nog niets te vinden, maar energetisch gaat er dan al van alles mis. In de alternatieve gezondheidszorg zijn er een aantal technieken bekend die dit kunnen meten. Ik noem er een aantal zoals, de Vegatest, Touch for health, Kinesiologie, Iriscopie, Levendbloed analyse, Aura- en chakra reading, Polsdiagnose, Reflexologie en NEI. Waarbij gezegd moet worden, dat zowel Reflexologie, als Kinesiologie en Touch for Health, als NEI tevens complete behandelvormen hebben. In feite heeft elke alternatieve geneeswijze wel een vorm van diagnostiek, zoals body-reading bij Postural Integration, het controleren van de shiatsu-punten bij shiatsu, het voelen met de handen van de haptonoom en de osteopaat. (De reden dat reguliere artsen deze afwijzen, komt omdat het subjectieve meetmethodieken zijn. Ze zijn dus indicatief en niet normatief en de kwaliteit van de meting is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de therapeut.)
Uit balans zijn is dan ook iets wat het reguliere circuit niet kent. In de Oosterse geneeswijzen, zoals acupunctuur, de traditionele Chinese geneeswijzen en de ayurveda vormt het uit balans zijn juist de basis van de diagnostiek. Uit balans zijn heeft te maken met voeding, met de manier waarop je adem haalt, waarop je loopt, zit, beweegt, met hoe je in het leven staat, waar je in je leven staat, hoe je met je problemen omgaat, met je energie-huishouding, met je geloof in jezelf, met je geloof in de toekomst. Dit zijn typisch de gebieden waar de academisch geschoolde arts niets van af weet, terwijl deze gebieden toch de kern van ons leven vormen.
En hier zit dus het probleem. We zitten opgescheept met een medisch model dat alles weet van ziekte, maar niets van gezondheid. Alles is gefocust op de symptomen van ziekte. Nu hebben we dit zelf over ons afgeroepen ten eerste door de verantwoordelijkheid voor onze gezondheid bij de dokter neer te leggen en ten tweede door de afwezigheid van scholing van onze zintuigen tijdens onze opvoeding. We nemen onszelf slecht waar, we realiseren ons onvoldoende dat we het zelf zijn die onze problemen veroorzaken door niet op de signalen van ons lichaam en onze geest te letten. We worden daar ook niet in getraind. We zijn een zintuiglijk afgestompt volkje en teveel gefocust op ons denken. We zijn teveel aanwezig in ons gedachteleven en teveel met presteren en te weinig in de andere gebieden van ons wezen. Eén blik op de Aziatische mens met zijn sierlijke manier van bewegen, de rijkdom aan kleuren, de verfijnde keuken (zowel qua smaak als geur), laat zien dat we hier iets kunnen leren. Wat we vervolgens niet doen omdat allerlei andere aspecten van hun leven ons niet aanstaan.
In het reguliere circuit werkt men met bekende symptomen die een duidelijke indicatie vormen voor een bekende ziekte waarvan bekend is of er een medicijn (cq behandeling) voor is of niet. Het reguliere circuit kent dan drie reacties 1) niets doen en hopen dat het over gaat, 2) medicijnen voorschrijven (de chemische interventie) en als dat niet helpt 3) opereren (dwz iets weghalen, iets verleggen of iets vervangen, ofwel de mechanische interventie). Artsen hebben zeer veel kennis op het gebied van de stofwisseling en hoe onze organen behoren te werken. Waar ze geen verstand van hebben is van voeding, van adem, van water, van beweging, van uw psyche en van zingeving. En dit zijn nu typisch de gebieden waarop de alternatieve gezondheidszorg een scala aan inzichten te bieden heeft.
Als u op de operatie-tafel komt te liggen dan is het feit dat u daar kunt liggen een triomf van de medische wetenschap, het feit echter dat u daar bent komen te liggen geeft het falen aan van diezelfde medische wetenschap. De dokter wist het niet meer.... Het reguliere circuit houdt zich niet bezig met gezondheid, maar met de ziekte. In die zin is er eerder sprake van een ziekte-zorg dan van een gezondheids-zorg. Het alternatieve circuit heeft als het gaat om het specifiek aanpakken van ziektes zoals in tabel 1 weinig concreets en directs te bieden. Wat ze wel heeft te bieden is een antwoord op de vraag hoe blijf ik in balans opdat ik niet zo snel ziek word, en als ik ziek word, hoe ga ik daar op een gezonde manier mee om. Hoe zorg ik ervoor dat zowel mijn lichaam als mijn geest op de juiste manier met dit probleem omgaan en bij voorkeur geneest. Het zit hem in het scheppen van de randvoorwaarden opdat het lichaam zichzelf geneest en in die zin is alternatieve gezondheidszorg echte gezondheidszorg.
De WAO-ProblematiekIn Nederland zijn 1 miljoen mensen arbeidsongeschikt. Dat wil zeggen dat ze een jaar nadat ze ziek zijn geworden en zich bij hun huisarts hebben gemeld nog steeds zo ziek zijn, dat ze niet in staat worden geacht betaald werk te kunnen verrichten. Dit betekent dus dat de arts en/of specialist en/of psycholoog/psychiater na 1 heel jaar nog niet veel is opgeschoten. Wie tabel 3 bekijkt zal zien dat het nog veel erger is.
NB: Kolom 5 geeft het percentage aan van het aantal personen waarvan de uitkering beëindigd is ten opzichte van het aantal mensen dat een WAO-uitkering ontvangt. Dit percentage ligt de laatste 10 jaar steeds tussen de 8,8 en de 10,25 % met als uitzondering 1995 waar 12,5 % mensen de WAO verliet.
Het uitstroom-cijfer is samengesteld uit het aantal personen waarvan de uitkering beëindigd is omdat 1) Ze zijn overleden, 2) ze 65 jaar oud geworden zijn, 3) ze zijn gaan werken ondanks hun handicap, 4) hun uitkering beëindigd werd wegens zwart werken, 5) genezen zijn door een alternatieve genezer, 6) genezen zijn door een verandering in hun persoonlijke omstandigheden 7) ze genezen zijn door regulier medisch of psychologisch handelen.
Bij dubbelblind onderzoek naar het effekt van medicijnen en andere ingrepen worden percentages gevonden van het placebo-effekt in de orde van 5 tot 30%. Dus als we elk jaar alle WAO-ers een suikerklontje geven met de suggestie dat het een medicijn is zouden we al aan bovenstaande uitstroom-cijfers moeten komen. Conclusie: Het percentage mensen dat de WAO verlaat omdat ze zijn genezen door behandeling van een reguliere arts, specialist, psycholoog of psychiater ligt op of onder het niveau van het placebo-effekt. Hierbij gaan we ervan uit dat alle WAO-ers nog onder behandeling staan bij hun arts/specialist/psycholoog of psychiater. Waarschijnlijker is echter dat na één of twee jaar de medici het ook niet meer weten en helemaal niets meer doen of alleen maar pappen en nat houden. Of de patiënt zelf gelooft het allemaal wel en neemt geen enkel initiatief meer om beter te worden. Het is schokkend om te zien hoeveel mensen er de voorkeur aan geven om ziek te blijven en de maatregelen van de overheid stimuleren hem of haar hierin. Terwijl diegenen die er alles aan doen om beter te worden en (na in het reguliere circuit uitbehandeld te zijn) bereid zijn allerlei andere therapieën en behandelwijzen in overweging te nemen en eventueel uit te proberen, op geen enkele manier door de overheid gestimuleerd worden. U mag alleen beter worden langs de door de overheid voorgeschreven weg, ook al is die allang doodgelopen
Wat eveneens interessant en schokkend is aan tabel 3 is dat gedurende de laatste 20 jaar het percentage mensen dat de WAO verlaat ongeveer hetzelfde is gebleven. Dat betekent dat alle nieuwe medicijnen, nieuwe inzichten en nieuwe behandelingen die de afgelopen 20 jaar zijn ontdekt geen enkel effekt laten zien op het genezingspercentage.
Dit roept de vraag op “hoe goed is onze gezondheidszorg eigenlijk”? Of weten ze het niet meer.....?
Een ander punt is het volgende Psychologisch gezien is het fnuikend voor iemands gevoel van eigenwaarde, wanneer medische autoriteiten tegen hem of haar zeggen dat hij of zij geen enkele nuttige betekenis meer heeft voor de samenleving. De WAO maakt mensen zieker dan toen ze alleen nog maar ziek waren. Mensen worden opgezadeld met een negatief label wat hen de rest van hun leven achtervolgt. “Wat voor werk deed u in die periode mevrouw? Oo, u zat in de WAO! Gaat u maar, u hoort wel van ons als de keuze op u gevallen is!”
Wie is er verantwoordelijk?De Wet op de Arbeids Ongeschiktheid is alleen mogelijk omdat men ervan uit gaat dat er een objectief criterium is waarmee bepaald kan worden of iemand kan werken of niet. De politiek suggereert dat ze door andere criteria te formuleren het aantal mensen dat arbeidsongeschikt is te kunnen verkleinen. Nu dacht ik altijd dat het de artsen waren die bepaalden of iemand kan werken of niet. Zij zijn toch diegenen die daarover gaan. Als de politiek dit kan veranderen, wat zitten die artsen dan te beweren. Mensen zijn arbeidsongeschikt op medische en/of psychische gronden. Als de politiek dit kan veranderen, wat stellen dan die medische en psychische criteria eigenlijk voor. Het betekent min of meer dat artsen die arbeidsongeschiktheidsverklaringen afgeven op medische gronden, valsheid-in-geschrifte plegen. Medische en psychische criteria zijn niet te beïnvloeden door de politiek. Als dat wel mogelijk is, dan zijn het geen criteria die voortkomen uit medische en psychologische kennis, maar zijn het politieke criteria. In de voormalige Sovjet Unie werden mensen die kritiek hadden op de communistische partij opgesloten in psychiatrische klinieken, omdat er wel iets mis moet zijn met hun geestelijke functioneren als ze de heilgedachtes van de socialisten niet konden volgen. In streng religieuze milieus (hetzij Christelijk, Islamitisch of Joods) wordt homoseksualiteit als een ziekte gezien. In streng academische kringen in Nederland wordt het zien van aura’s geschouwd als een hallucinatie en mensen die zoiets serieus nemen moeten zich nodig psychisch laten behandelen. Artsen dienen zich niet voor het karretje van de politiek te laten spannen. We kunnen objectief meten in welke mate iemand minder productief is bij een bepaalde handeling, maar bij andere handelingen is daar niets van te merken. Mensen kunnen, hetzij tijdelijk of langdurig, minder productief zijn, maar dat betekent niet dat hij of zij arbeidsongeschikt is. Als de dokter het niet meer weet.... De Nederlandse wetgever is merkwaardig a-sociaal als het gaat om mensen die tegen de grenzen zijn aangelopen van de reguliere gezondheidszorg. En dat gebeurt vaker dan u lief is. - Soms slaagt de dokter/specialist er helemaal niet in om tot een diagnose te komen en tast hij in het duister omtrent wat er aan de hand is. - Soms is er wel een diagnose, maar geen behandeling. - Of zijn er wel medicijnen die de ziekte inperken, maar niet doen verdwijnen. - Of er zijn wel medicijnen die zouden moeten werken, maar alleen in dit geval niet aanslaan. In al deze gevallen moet de dokter zeggen “ik weet het niet meer..” De Nederlandse overheid zegt dan: “Blijf maar ziek, ga de WAO maar in en reken niet op enige financiële ondersteuning als u een niet-reguliere benadering wilt uitproberen”. Neem nog maar een pilletje.
Op het moment dat de dokter het niet meer weet, zou hij wettelijk verplicht moeten worden de verantwoordelijkheid voor uw gezondheid aan u terug te geven en daarmee het recht aan u te geven om welk onderzoek en welke behandeling (regulier of alternatief) dan ook, te ondergaan. En de verzekeringsmaatschappijen zouden verplicht moeten worden deze kosten te vergoeden. Dan nog zou de huisarts als gesprekspartner kunnen dienen over het nut van het een of het ander, maar u beslist, het is uw lijf, het is uw leven. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De cijfers in dit artikel zijn ontleend aan het vademecum van de gezondheidsstatistiek Nederland 2000 van het CBS en aan het Trimbosch instituut
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||